rijangst, augustin
Rijangst

Ongeveer 1 miljoen mensen in Nederland hebben last van rijangst. Sommige mensen zijn bang voor een bepaalde situatie zoals snelwegen, tunnels en bruggen (vaak met paniekaanvallen) en andere durven helemaal geen auto meer te rijden. Mensen met rijangst zijn vooral bang voor de dingen die er kunnen gebeuren, terwijl ze niet gebeuren. Die angst maakt dat ze (onbewust) in een vluchtpositie gaan, met als gevolg een veel snellere ademhaling, een stijgende hartslag, benauwdheid, gespannen spieren en/of hyperventilatie.

De oorzaak van rijangst is niet altijd even duidelijk. Het kan “plotseling” op komen of na een verkeersincident zoals een ongeval. Maar ook na een geestelijk zware periode (overspannenheid, burn-out, zwangerschap, etc.) kunnen allerlei situaties die voorheen als “normaal” voelden ineens als bedreigend worden ervaren. Er is dan een onprettig gevoel en bijbehorend (vaak vermijdend) gedrag ontstaan. Niet meer durven rijden in druk verkeer, over autosnelwegen, in tunnels of over bruggen en het niet durven inhalen van vrachtauto’s zijn de meest voorkomende angsten.
Zelfs als de oorzaak al lang is opgelost kan de rijangst nog steeds aanwezig zijn, iemand kan zo gewend geraakt zijn aan deze angst dat hij niet anders meer durft of kan. De angst en/of het vermijdend gedrag is dus een gewoonte geworden.

Vormen van rijangst:
– Rijangst door een paniekaanval, vaak ook snelwegangst (klik hier voor meer informatie over hyperventilatie en paniekaanval)
– Rijangst door overbelasting
– Rijangst na beladen gebeurtenis
– Rijangst ten gevolge van faalangst
– Rijangst door routinegebrek
– Rijangst door vaardighedentekort
– Rijangst als gevolg van andere (angst)stoornis

Mensen met rijangst zijn veelal niet alleen bang voor het verkeer of het autorijden zelf. Ze zijn ook vaak bang voor de symptomen van hun eigen angst, zoals spierkrampen en/of duizelingen, hyperventilatie, hartkloppingen, wanhoopsgedachten, etc.

Aan een paniek- of hyperventilatieaanval gaat vaak een langere periode van stress vooraf. Vaak is het pas na die periode dat iemand instort en de eerste paniek- of hyperventilatieaanvallen optreden. Maar ook een pauze in de overbelasting, zoals in een vakantie of tijdens een griepje, als iemand eindelijk weer kan ontspannen kan de paniek- of hyperventilatieaanvallen in de hand werken.

Om mensen met rijangst te begeleiden heb ik de NLP Practitionersopleiding met als specialisatie verkeersangst (rijinstructeur+), de NLP Masterpractitioneropleiding, Ericksonian Master Hypnotherapist (ABH) en de MatriXcoach opleiding gevolgd. Op dit moment volg ik de opleiding Klinische psychologie.

Hoe werkt de rijangstbegeleiding?

Tijdens onze rijangstbegeleiding willen wij de bestuurder in eerste instantie rust geven. We beginnen met het opzoeken van “veilige situaties”. Hierdoor wordt zelfvertrouwen ontwikkeld. Bij de start van de begeleiding ligt het accent op het verhogen van uw rijvaardigheid, u leert de reacties van andere weggebruikers te voorspellen en volledige controle over de auto te krijgen.

Het probleem zit echter meestal maar voor een relatief klein deel in het rijden zelf en veel meer in wat er in het hoofd gebeurt tijdens het rijden. De angst moet dus worden aangepakt. Daarom gaat u met behulp van therapeutische interventies en MatriXcoaching onder toeziend oog van uw begeleider de confrontatie aan met uw rijangst. De gedachte dat de situatie “angstig” of “bedreigend” is wordt omgebogen naar een positieve gedachte. Afgestemd op uw psychische draagkracht zet u gedoseerde stappen op weg naar het (opnieuw) veilig kunnen deelnemen aan het verkeer. En al is het nu wellicht nog moeilijk voor te stellen: veel van de mensen die ik heb begeleid vinden het nu zelfs weer leuk om auto te rijden!

De begeleiding vindt plaats in een neutrale lesauto (schakelauto of automaat) met dubbele bediening zonder reclame en zonder “L”.

 

Geef een reactie